MENNO VON BRUCKEN FOCK

THE VISION, THE SWORD AND THE PYRE, PART II

Artiest / Band: 
ELOY
ELOY - THE VISION, THE SWORD AND THE PYRE, PART II

Daar is dan eindelijk deel II van The Vison, The Sword And The Pyre, de muzikale vertelling over de maagd van Orléans. Ruim twee jaar na deel I heeft Eloy deze megaklus geklaard. De door pech en personele problemen geplaagde Frank Bornemann heeft met deze beide albums het eerste stuk van zijn magnum opus afgerond. Volgens eigen zeggen volgen er nog een muzikaal toneelstuk in het Frans en een boek in het Duits. Daarmee zijn alle andere plannen zoals Chronicles van oudere albums, het gedeeltelijk opnieuw opnemen van Ra en Destination vooralsnog van de baan. De enige telg uit de roemruchte Duitse symfo-familie die nog studiowerk uitbrengt verdient volop respect. Enerzijds voor de vasthoudendheid waarmee Bornemann de historie van Jeanne d’Arc zo authentiek mogelijk ten gehore brengt; anderzijds voor het feit dat er maar bitter weinig artiesten van boven de zeventig zijn die nog nieuw werk presenteren dat er toe doet. Muzikaal gezien ligt dit album in de lijn van de laatste albums en het doet daar niet voor onder. Zeker sterke uptempo tracks als Patay en Paris doen de glorietijden van Eloy herleven. In Abandoned lijken muziek en samenzang enigszins op het laatste deel uit See Me, Feel Me van The Who. Het spectaculaire aspect van dit tweede deel is duidelijk gelegen in de vertelling en de hommage aan dit geschiedkundig zo tot de verbeelding sprekende personage. Natuurlijk zijn zang en gitaarspel van Bornemann en het basspel van Klaus Peter Matziol zeer herkenbaar, maar het musicalachtige en tegelijk middeleeuws aandoende stukjes in Reims… The Coronation Of Charles VII zijn wel subtiele nieuwigheidjes. De zang komt soms wat monotoon over, maar dat heeft alles te maken met de sombere en serieuze teksten over het gekozen onderwerp. Ongestoord hard draaien helpt enorm om alle ruimtelijke klanken op dit album op de juiste waarde te schatten. De solo’s zijn niet overheersend, want dat is het verhaal maar gelukkig is toetsenist Hannes Folberth in enkele stukken uitstekend op dreef. Het album sluit af met een vrouwenstem die Jeanne uitgebreid welkom heet in de hemel als zij transformeert naar ‘het eeuwige licht’. De combinatie van een zeer grondig uitgeplozen verhaal, prachtige gedragen symfo en respect voor Bornemann en de zijnen leidde in iO Pages 161 toch tot mijn eindoordeel ‘vette krent’, hoewel ik moet toegeven dat ik enigszins bevooroordeeld ben. Stilletjes hoop ik dat Bornemann zijn andere plannen naast die rond Jeanne d’Arc toch nog weet te realiseren.